
Fleur de Beaufort
Wie de naam Sam van Houten hoort, denkt doorgaans meteen aan het beroemde ‘kinderwetje’ uit 1874, waarin voor het eerst de kinderarbeid in ons land deels aan banden werd gelegd. Wie zich iets meer in het 19e-eeuwse liberalisme verdiept heeft, verbindt aan Van Houten wellicht ook nog de rol van de doodgraver van het Thorbeckiaanse liberalisme. In zijn brochure De staatsleer van mr. J.R. Thorbecke (1872) rekende het relatief jonge Kamerlid af met het tevreden conservatisme van Thorbecke, die datzelfde jaar in het harnas zou sterven als leider van zijn derde kabinet. Thorbecke zou – aldus Van Houten – als bedaagde man tevreden terugkijken op hetgeen hij in zijn werkzame politieke leven had bereikt, zonder nog oog te hebben voor de uitdagingen van zijn tijd.