
Patrick van Schie
Het kabinet overweegt de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen naar 16 jaar, deels om politieke betrokkenheid onder jongeren te vergroten. Dit stuit op kritiek, onder meer van de staatscommissie-Remkes en historisch perspectief: eerdere verlagingen waren zorgvuldig afgewogen, gekoppeld aan meerderjarigheid en volwassenheid. Neurowetenschappelijk onderzoek toont dat 16- en 17-jarigen nog onvoldoende ontwikkeld zijn op sociaal-emotioneel vlak, wat impulsen en groepsdruk versterkt. De ROB stelt experimenten voor en wil de leeftijd uit de Grondwet halen, maar dit bedreigt rechtsgelijkheid en de kwaliteit van volksvertegenwoordiging. Conclusie: zonder duidelijke voordelen voor representatie is verlaging onverstandig; geduld en zelfbeheersing zijn essentiële voorbereiding voor burgerlijke verantwoordelijkheid.