
Reinout Woittiez en Tila zur Lage
Integriteit is een essentieel, maar complex begrip binnen het openbaar bestuur. Dit artikel onderzoekt hoe liberale bestuurders omgaan met integriteitsvraagstukken en waarom juist bij liberalen spanningen kunnen ontstaan tussen pragmatisch handelen en plichtenethisch gedrag. Waar de gevolgenethiek, geworteld in het utilitarisme, uitgaat van het grootste nut, verlangt de plichtenethiek naleving van universele morele regels, zoals geformuleerd door Kant. Liberalen neigen van nature naar pragmatisme en regelrelativering, wat hen gevoelig maakt voor integriteitsrisico’s, vooral in publiek-private samenwerkingen. Integere politiek vraagt daarom bewuste vaardigheid: het consistent, transparant en verantwoord uitoefenen van macht binnen de grenzen van de functie.