
Carla Hoetink en Harm Kaal
Vanaf de jaren zestig navigeerden vrouwelijke VVD-Kamerleden binnen een sterk gendergeoriënteerde parlementaire cultuur. Haya van Someren-Downer combineerde vrouwelijke eigenschappen met assertief debatgedrag en aandacht voor ‘mannelijke’ dossiers, terwijl Norma Dettmeijer-Labberton een traditionele, ingetogen rol koos. Latere politici zoals Annelien Kappeyne van de Coppello, Erica Terpstra en Neelie Kroes ontwikkelden zich tot honorary males of gender-benders, waarbij zij deels conventies uitdaagden en hun speelruimte vergrootten. Ondanks toenemende mogelijkheden bleef beoordeling op basis van vrouw-zijn aanwezig. Deze evolutie illustreert de geleidelijke verschuiving van rolpatronen en benadrukt hoe gender, in combinatie met andere identiteitkenmerken, politieke positie en gedrag beïnvloedde.