
Alexander van Kessel
De grondwetsherziening van 1917 markeerde een keerpunt in de Nederlandse politieke geschiedenis. Met de invoering van het algemeen mannenkiesrecht, de mogelijkheid voor vrouwen zich verkiesbaar te stellen en het systeem van evenredige vertegenwoordiging veranderden de machtsverhoudingen ingrijpend. De confessionele partijen, met name de katholieken, werden de dominante kracht, terwijl het liberalisme zijn leidende positie verloor. De verkiezingen van 1918 luidden zo een nieuw politiek tijdperk in: dat van verzuiling, coalitievorming en een toenemende rol van minderheidskabinetten. Hoewel de liberale invloed niet geheel verdween, verdampte haar electorale basis. Pas met de oprichting van de VVD in 1948 herwon het liberalisme politiek terrein.