
Erik Verweij
De discussie over rechterlijke invloed op wetgeving is recent opgelaaid, onder meer door Urgenda, stikstofzaken en de avondklok. Critici vrezen dat rechters “op de stoel van de wetgever” gaan zitten. In werkelijkheid is de rechterlijke macht terughoudend en beoordeelt zij wet- en regelgeving alleen op strijd met hogere rechtsbronnen, zoals verdragen en grondrechten. Rechters kunnen de staat bevelen maatregelen te nemen, maar nooit inhoudelijke wetgeving voorschrijven. Deze bevoegdheden beschermen burgers tegen machtsmisbruik en versterken de rechtsstaat. Verbeteringen, zoals actieve betrokkenheid van de wetgever bij verdragen en procesrechtelijke aanpassingen, kunnen wederzijds vertrouwen en de balans tussen machten verder versterken.