
Jan-Willem van der Rijt
Tolerantie vormt een kernwaarde van het liberalisme, maar blijkt minder vanzelfsprekend dan vaak gedacht. Zij houdt immers de acceptatie in van iets dat als verkeerd wordt gezien, wat zowel voor de tolererende als de getolereerde ongemakkelijk is. Binnen het liberalisme krijgt tolerantie betekenis doordat het respect toont voor de autonomie van anderen, ook wanneer hun keuzes sterk worden afgewezen. Grenzen ontstaan wanneer rechten van derden worden geschonden, zoals bij geweld of diefstal. Toch dreigt intolerantie via verschuivende begrippen, zoals een steeds ruimer schadebegrip. Wanneer zelfs psychologisch ongemak als schade geldt, verdwijnt ruimte voor tolerantie. Zo ontstaat het gevaar dat het liberalisme zichzelf van binnenuit uitholt.