
Andreas Kinneging
Academische vrijheid waarborgt dat hoogleraren zelfstandig bepalen wat en hoe zij doceren en onderzoeken, vrij van inmenging door staat of universiteit. Deze autonomie is essentieel voor onafhankelijke waarheidsvinding en vormt het fundament van de universiteit als vrijplaats voor kritisch denken. De auteur waarschuwt echter dat deze vrijheid wordt ondermijnd door toenemende bestuurlijke hiërarchie sinds de Wet modernisering universitair bestuur en door de invloed van het woke-gedachtegoed. Dat laatste dreigt volgens hem de zoektocht naar universele waarheid te vervangen door ideologische criteria, waardoor de universiteit haar wezenlijke taak — het streven naar waarheid — verliest.