
Anjo G. Harryvan en Jan van der Harst
De positie van de VVD ten aanzien van Europese integratie was vanaf de oprichting ambivalent. In de jaren 50 overheerste terughoudendheid: economische samenwerking werd gesteund, maar federalistische en supranationale plannen werden met scepsis bekeken. Figuren als Stikker en Oud benadrukten Atlantische banden, terwijl Korthals meer pro-Europees was. Vanaf de jaren 60 ontstond een kentering: economische voordelen van de EEG en de wens tot Britse toetreding versterkten een pro-Europese houding. Tegen het einde van dat decennium groeide zelfs federatief idealisme, culminerend in Wiegel’s pleidooi voor een supranationale regering. Toch bleef spanning bestaan tussen Atlantische loyaliteit en Europees zelfbewustzijn.